Belangrijke informatie over schoorsteenkappen

Helaas is de schoorsteenkap, die een wezenlijke functie vervult op een schoorsteen-kanaal, in vele gevallen verworden tot een commercieel product waarmee met name schoorsteenveegbedrijven zich te pas en te onpas verrijken zonder zich om de eventuele gevolgen te bekommeren.

Een schoorsteenkap die hoort bij een dubbelwandig kanaal mag niet zomaar veranderd worden. Door deze verandering kan het zijn dat het kanaal niet meer voldoet aan degestelde eisen en keuringen en dit kan weer gevolgen hebben voor eventuele claims bij schade.

De functie van kappen zowel op dubbelwandige r.v.s. kanalen en bouwkundige kanalen kan velerlei zijn, zoals trekverbetering, stabilisatie, voorkomen van vochtinslag en nestelen vanvogels. Ook stalen sierkappen op bouwkundige kanalen horen hierbij, ze voorkomen immersvochtinslag. Een kap is uiteindelijk een afwerking van een schoorsteenkanaal met een functie en het is belangrijk dat hierbij de juiste keuze gemaakt wordt. Zit je bijvoorbeeld in het uitmondingsgebied waar geen kap noodzakelijk is, plaats dan een kap die alleen regen en vogels tegenhoudt. Zit je in wel in een goed uitmondingsgebied, maar staan er bijvoorbeed bomen rondom de woning, plaats dan een stabiliserende kap omdat er vaak een drukgebied ontstaat in deze situatie. Er zijn (helaas) heel veel soorten kappen met verschillende voordelen, nadelen en eigenschappen, over een paar van deze (niet gebonden kappen) hieronder meer.

De veel gebruikte colt-kappen, rond en vierkant, zijn veel verbeterd doordat ze openklapbaarof schuifbaar gemaakt zijn, zodat ze makkelijker schoon zijn te maken. De ronde houdt de regen beter buiten dan de vierkante, nadeel is dat ze bijna altijd op een ronde buis gemonteerd moeten worden d.m.v. de klembeugels die in een stalen gladde buis soms gaan schuiven of in een stenen pot het materiaal doen scheuren door de spanning. We rekenen ze tot de stabili-serende kappen en ze werken of verbeteren zeker bij niet al te grote problemen.

De op windkracht draaiende rotorkap is volgens mij de snelst groeiende gebruikte kap, dit zou wel eens kunnen komen door de snelle verdienste die er mee te behalen valt, aangezien je ze tegenkomt op de meest onlogische plaatsen, deze kap kwam je in het verleden het meest tegen op schepen (aspiromatic). Houdt er rekening mee dat er wind moet zijn en dat ze een begrensde hoeveelheid trek kunnen veroorzaken (debiet), zelfs terugblazen is mogelijk, eventueel gaan vastzitten en piepen is een bijkomend nadeel.

De stalen sierkap heeft alleen de functie van regenwater tegenhouden en verfraaing van de woning. Veel voorkomende fout bij deze kappen is de hoogte van de poten t.o.v. de diameter van het kanaal (± 1,5 x de diam. van het kanaal). Tevens bemoeilijken ze vaak het schoorsteenvegen.

Wat betreft de afvoerkanalen waar gasgestookte toestellen op staan, daar mogen alleen gekeurde kappen voor gas op geplaatst worden. Zoals de trega of uniekap of de uitmonding die bij het systeem hoort zoals bijvoorbeeld bij gesloten toestellen.

We hopen met bovenstaand wat aandacht gegeven te hebben aan een misschien wat minder spannend onderdeel van onze werkzaamheden, maar zeker niet onbelangrijk gezien deproblemen die vaak ontstaan door verkeerde uitmondingen en de toepassingen hiervan.

Bron: Vereniging Het Sfeerverwarmingsgilde

Regulier onderhoud Natuursteen

Met het reguliere onderhoud moet soms worden gewacht tot de bouwconstructie voldoende droog is en desgewenst een bescherming is aangebracht.

Reinigingsfrequentie
De reinigingsfrequentie is vergelijkbaar met die van andere harde materialen. Er is geen algemene richtlijn te geven. Zo heeft de zichtbaarheid van vervuiling te maken met bijvoorbeeld glansgraad en de kleur van de steen. De mate waarin vuil op de natuursteen hecht, hangt af van zijn porositeit en oppervlakteruwheid.

Reiningsmethoden
Het verwijderen van vuil gebeurt door het ‘op te pakken’ en af te voeren. Bij los vuil gaat dit gemakkelijk door te stofzuigen of te stofwissen (met klamvochtige doek). Hechtend vuil wordt verwijderd door water met een reinigingsmiddel op te brengen en kort in te laten werken. Daarna wordt er zo nodig licht geschrobd en wordt het reinigingswater verwijderd. Tot slot wordt de steen met schoon water afgenomen. Voor kleinere oppervlakken worden meestal een dweil, spons of mop gebruikt. Voor grote oppervlakken in de utiliteitsbouw (gevels, vloeren) wordt hiervoor speciaal materieel gebruikt.

Reinigingsmiddelen
Een reinigingsmiddel moet hechtend vuil verwijderen en mag niet schadelijk zijn voor de natuursteen en een eventuele beschermlaag. Neutrale middelen (pH 7) zijn geschikt voor het regelmatig reinigen. Voor marmer en kalksteen worden meestal middelen gebruikt die daarvoor speciaal zijn bedoeld. Agressievere middelen (zuur of alkalisch) zijn niet geschikt voor het reinigen van marmer of kalksteen. De andere steensoorten zijn daar (veel) beter tegen bestand.

Voor het reinigen worden vooral zepen gebruikt, die zo nodig regelmatig kunnen worden gebruikt. Wassen reinigen minder goed, maar laten een betere beschermende laag achter. Was mag niet te vaak worden gebruikt, omdat zich anders een dikke waslaag zou vormen op plaatsen die weinig te verduren hebben. Er zijn middelen die tegelijk reinigen en beschermen.

Extra onderhoud Natuursteen

Extra onderhoud is bijvoorbeeld nodig als zich kalkaanslag vormt op plaatsen die regelmatig nat worden. Of als er na verloop van tijd een sterke vervuiling is ontstaan, die niet met regulier onderhoud is te verwijderen. Ook kan het nodig zijn een beschermlaag te verwijderen. En kan er door een ongelukje een vlekje zijn ontstaan. In veel gevallen is dat eenvoudig te verhelpen. Via het navigatie menu is aanvullende informatie beschikbaar.

Kalkaanslag
Kalkhoudend water dat verdampt laat kalkresten achter, bijvoorbeeld rond een kraan. Regelmatige verwijdering met een vochtige doek vertraagt of voorkomt zelfs vorming van een harde witte kalkkorst.

Is eenmaal zo een kalkkorst gevormd dan kan deze alleen worden verwijderd door licht schuren (met staalwol 00) of door afnemen met een kalkoplosser. De aanpak moet worden afgestemd op de natuursteen soort.

Bij krasvaste en zuurbestendige steensoorten, zoals graniet, gabbro en gneis, zijn beide methoden geschikt. Bij minder krasvaste en zuurgevoelige steensoorten, zoals marmer en kalksteen, zijn beide methoden niet zonder meer geschikt. Het schuren moet niet te vaak en niet krachtig gebeuren, anders vermindert de glans. Als dat toch gebeurt kan de glans met was weer deels worden hersteld. Op een zuurgevoelige steen kan kalkverwijderaar alleen met mate worden gebruikt wanneer er een coating is aangebracht. Controleer voor de zekerheid de coating productinformatie van de leverancier. Direct na het verwijderen van de kalk moet het steenoppervlak met schoon water worden nagespoeld, zodat er geen kalkverwijderaar achter blijft.

Intensief reiningen
Werk volgens de aanwijzingen van de leverancier van het reinigingsmiddel. Een vloer kan in aanvulling op of in plaats van intensief reinigen worden gekristalliseerd of geschuurd. Behalve vuil worden dan ook lichte beschadigingen verwijderd en wordt de glans hersteld.

Het middel moet aan de steensoort en een eventuele bescherming zijn aangepast. Dat geldt in het bijzonder voor kalkhoudende steensoorten, zoals marmer en kalksteen. Ga de geschiktheid na bij de leverancier van het middel. Aangeraden wordt ook nog een testje uit te voeren op een resttegel of proefstukje dat uit het zicht is, om na te gaan of het steenoppervlak niet wordt beschadigd. In de regel is het beter twee maal te reinigen met een minder agressief, langzaam werkend product, dan éénmaal met een agressief, snel werkend product.

Gebruik zogenoemde ‘intensiefreiniger’ of ‘ontvetter’ die bij voorkeur de eventuele beschermlaag niet aantast.

  • Coating. Deze wordt met een stripper verwijderd. Gebruik zo mogelijk alleen een topstripper. Dan wordt alleen de bovenste laag van de coating verwijderd en komt de steen niet of nauwelijks met de topstripper in aanraking.
  • Impregneer. Deze is niet te verwijderen.
  • Waslaag. Een opeenhoping van (oude) waslagen wordt verwijderd met een stripper. Gebruik zo mogelijk een topstripper. Dan wordt alleen de bovenste waslagen verwijderd en komt de natuursteen nauwelijks met de topstripper in aanraking.
  • Zeeplaag. Gebruik op plaatsen met zeepophoping bij het reguliere onderhoud tijdelijk geen zepen. Omdat ze in water oplosbaar zijn, wordt dan het overtollige zeep ‘vanzelf’ afgevoerd.

Natuursteen schoonmaken na verbouwing

Resten lijm of kit moeten direct worden verwijderd, met een product dat is aangepast op de natuursteen soort. Voegmiddel kan met een spons en water worden verwijderd. Het is belangrijk dit grondig te doen, anders ontstaat een grauwe cementsluier. Zo nodig kan een cementsluier verwijderaar worden gebruikt, die aangepast is op de natuursteen soort. Deze methode werkt niet wanneer er veel cementresten zijn achtergebleven. Bij vloeren is kristalliseren of schuren in het werk dan een alternatief.

Nieuwbouw bevat een aanzienlijke hoeveelheid overtollig bouwvocht, dat op een natuurlijke manier moet kunnen verdampen. Het natuursteen moet dit proces niet teveel hinderen, om onder meer verkleuring van natuursteen te voorkomen. Daarom is het soms nodig het onderhoud tijdelijk iets aan te passen.

Via natuursteen vloer- en wandtegels wordt het overtollige bouwvocht uit beton of metselwerk doorgegeven naar het oppervlak, waar het verdampt. Het drogen van de bouwconstructie duurt jaren. In de regel is na drie tot zes maanden het vochttransport voldoende afgenomen. Dan kan desgewenst een bescherming worden aangebracht en het natuursteen verder op een reguliere manier worden onderhouden.

Tot die tijd wordt aangeraden geen beschermende- of reinigende producten te gebruiken. Losse vervuiling kan het best droog worden verwijderd, met een doek of door te stofzuigen. Hechtend vuil wordt met een vochtige doek worden verwijderd.

Wanneer het natuursteen min of meer los staat van beton of metselwerk is er geen aangepast onderhoud nodig. Denk bijvoorbeeld aan een aanrechtblad, een wastafel of een gevelplaat gesteld op ankers. Vrijwel direct na plaatsing is het natuursteen droog. Desgewenst kan een bescherming worden aangebracht en wordt het natuursteen verder op een reguliere manier onderhouden.

Service

Dominicus werkt uitsluitend met A-kwaliteit producten. U kunt dan ook van ons een uitstekende service op de bij ons gekochte producten verwachten.

Service & Garantie
Dominicus levert duizenden verschillende producten met vele verschillende garantievoorwaarden. In principe houdt Dominicus de garantietermijn van de producent aan. Hieronder vindt u een korte opsomming van de algemene, standaard garantietermijnen.
– Sanitairproducten (douchescherm/bad/toilet/wastafel/kranen): over het algemeen 2 jaar maar kan verschillen per fabrikant
– Tegels (vloer & wandtegels): 2 jaar
– Haarden (hout/gas/electrisch): 1 jaar
– Natuursteen (tafels/keukenbladen/wastafels): 2 jaar
– Gedenktekens: 15 jaar

Indien uw product niet meer in de garantietermijn valt, kunnen onze monteurs service verlenen onder de volgende voorwaarden:
– Voorrijkosten, inclusief de eerste 30 minuten arbeid: € 85,-
– arbeidskosten na de eerste 30 minuten, per 30 minuten: € 45,-
– materiaalkosten: klein materiaal op basis van nacalculatie. Voor onderdelen of producten die besteld moeten worden ontvangt u van ons eerst een prijsopgaaf.

Het kan voor komen dat onze servicemonteurs het niet zelf op kunnen lossen en dat de fabrikant ingeschakeld moet worden. In dit geval dient u ook de kosten van de servicemonteur van de fabrikant te betalen.

Wilt u een service-aanvraag doen? Vul dan het Serviceformulier zo compleet mogelijk in. De betreffende afdeling neemt dan contact met u op.

Tegelvloer renoveren

Na jaren van intensief gebruik kan een tegelvloer zijn beschadigd of ten dele haar glans hebben verloren. Na een renovatie toont de vloer weer als een geheel en heeft een volle glans. Ook kunnen eventuele beschadigingen of hoogteverschillen worden verwijdert. Dit is wel alleen aan te raden wanneer er geen voegen zijn. Er zijn twee methoden, die verschillende resultaten geven; kristalliseren en schuren.

Kristalliseren
Met kristalliseren kan een dof gelopen vloer weer op glans gebracht. De glansgraad na behandeling hangt af van de oorspronkelijke oppervlaktebewerking (gezoet of gepolijst) en de mate waarin deze dof is gelopen. Kristalliseren maakt zeer ondiepe krasjes onzichtbaar of minder zichtbaar. Andere beschadigingen blijven onveranderd zichtbaar.

Deze methode is alleen geschikt voor stenen opgebouwd uit kalk, zoals marmer en kalksteen. Voordat met kristalliseren wordt begonnen moet eerst een eventuele beschermlaag worden verwijderd. Dit gebeurt met een intensieve reiniging. Daarna wordt met behulp van chemicaliën en een boenmachine een chemische reactie veroorzaakt met de kalk in de toplaag van de natuursteen. Hierdoor ‘verdicht’ de toplaag zich, waardoor de glans toeneemt, de steen iets harder wordt en iets minder dampdoorlatend wordt dan het oorspronkelijke steenoppervlak.

Schuren
Met schuren kunnen beschadigingen, hoogteverschillen, en een dof uiterlijk worden aangepakt. Na het schuren toont de vloer mooi vlak en heeft een volle egale glans. Lichte beschadigingen zijn weggeschuurd evenals hoogteverschillen tussen tegels. Een oude vloer ziet er na schuren weer als nieuw uit.

Machinaal wordt een laag van de vloer afgeslepen, onder toevoeging van water om de slijpschijven te koelen. Met steeds fijnere slijpschijven wordt daarna glans op de vloer aangebracht tot de gewenste glansgraad is bereikt. Moeilijk bereikbare plaatsen worden behandeld met kleiner handgereedschap.

Oorspronkelijke is deze bewerking bedoeld voor zachtere steensoorten, zoals marmer en kalksteen. Inmiddels zijn er machines waarmee ook hardere stenen, zoals gneis en zelfs graniet kunnen worden bewerkt. In het algemeen geldt dat de hardheid van de steen (de kras vastheid) van invloed is op de maximale haalbare hoogte van de glans.

Stooktips

Zorg voor de juiste brandstof
Vochtig hout brandt slecht, het geeft een onvolledige verbranding en geeft veel minder warmteopbrengst dan droog hout. Bovendien veroorzaakt slechte verbranding afzet van roet in de haard en het rookkanaal. Hout is pas droog als het minimaal anderhalf jaar buiten onder een afdak opgeslagen is geweest. Gebruik geen geïmpregneerd of geverfd hout. We raden aan geen chemische stoffen (alcohol, enz) te gebruiken. Vermijd ook glans- of gekleurd papier. Dat bevat luchtvervuilende stoffen. Ook zaagsel-parrafine briketten zijn een uitstekende brandstof. Aanmaken doet u bij voorkeur met aanmaakhoutjes.

Zorg voor goede ventilatie in de ruimte waarin u stookt
Voor de verbranding van hout is zuurstof nodig, die betrokken wordt uit de ruimte waarin gestookt wordt. Een openhaard gebruikt gemiddeld 300 m3 lucht per uur. Er dient dus permanente luchttoevoer aanwezig te zijn in de ruimte waar gestookt wordt. Uitzonderingen zijn haarden/kachels die een aparte aansluiting hebben voor luchttoevoer van buitenaf.

Aanmaken van de openhaard
Open de luchtaanvoer in de haard maximaal. Als uw haard te koud is, zal de lucht naar de kamer worden gestuwd in plaats van door de schouw te worden opgezogen. Indien nodig kunt u de haard eerst voorverwarmen door er bijvoorbeeld krantenpapier in te laten opbranden.

Vervolgens zet u wat kleine aanmaakhoutjes als een piramide neer. Leg hier een aanmaakblokje onder en steek het aan. Als het aanmaakhout goed brandt kunt u er groter hout omheen zetten. Als het vuur goed op temperatuur is kunt u er grote blokken op leggen. Stook niet te zacht, maar zorg er voor dat het vuur op temperatuur kan komen. Te zacht stoken geeft veel roet aan de achterwand van de openhaard en dus ook in het rookkanaal. Roet of creosoot is brandbaar en alleen daardoor kan een schoorsteenbrand ontstaan.
Zodra het houtvuur normaal brandt, regel dan de luchtaanvoer in normale positie, maar sluit hem niet af.
Als de verbranding goed zit, is de rook licht grijs of wit van kleur. Zwarte rook wijst op uitstoot van afvalstoffen die uw leidingen en de ruiten van de haard kunnen vervuilen. Dat gebeurt wanneer u bijvoorbeeld brandhout van slechte kwaliteit gebruikt.

Indien u het vuur wilt doven, omdat u bijvoorbeeld wilt gaan slapen of de deur uit gaat, laat het vuur dan uit zichzelf uitgaan. Laat bij een open haard de schoorsteenklep helemaal open staan. Plaats eventueel een vonkenscherm of sluit de haard of kachel zodat er geen vonken kunnen wegspringen. Blijf goed ventileren.

Let op bij mist of windstil weer
Bij mist of windstil weer is het moeilijk voldoende trek in uw schoorsteen te krijgen. Dat is niet alleen slecht voor de verbranding. De rook en rooklucht blijven dan ook in en om uw huis hangen. Dat is slecht voor uw eigen gezondheid, die van uw buren en slecht voor het milieu. Doof het vuur niet maar laat het opbranden. Laat hierbij de luchttoevoer weer open staan.

Veiligheid
– Gebruik ovenhandschoenen bij het openen van de haard of als u de luchtschuiven bedient.
– Laat uw schoorsteen minimaal 1 keer per jaar vegen. Een goed geveegd schoorsteenkanaal staat garant voor een juiste werking en voorkomt schoorsteenbrand. Ook uw verzekeraar kan dit eisen.
– Laat een open vuur niet onbewaakt achter
– Houd brandbare materialen zoals kleden en meubilair op veilige afstand van het vuur.
– Houd kleine kinderen uit de buurt van open vuur en laat ze niet zonder toezicht in een ruimte waar een haard brandt.
– Bij een schoorsteenbrand de brandweer bellen, de klep van de open haard sluiten en het vuur doven met zand of keukenzout. Gebruik nooit water!

Hoe onderhoud ik natuursteen?

Natuursteen kan worden beschermt tegen vervuiling en verkleuringen, al is dat lang niet altijd nodig. Een bescherming wordt aangeraden bij licht gekleurde natuursteen en een dof of ruw afgewerkt oppervlak. Met het aanbrengen moet soms worden gewacht tot de bouwconstructie voldoende droog is.

Beschermende producten hebben veelal invloed op het uiterlijk van de natuursteen. Ze geven bijvoorbeeld (extra) glans of een verdieping van de steenkleur. Maar ze kunnen ook de stroefheid van een vloer veranderen. De effecten kunnen zowel tijdelijk als langdurig zijn. Aangeraden wordt om vooraf het effect te beoordelen op een proefstukje.

Er zijn veel beschermingsmiddelen beschikbaar. Sommigen worden eenmalig aangebracht, anderen periodiek. Ook zijn er middelen die tegelijk reinigen en beschermen.

Coating
Een coating vormt een laagje op de natuursteen en dringt er gedeeltelijk in. Het is leverbaar in mat- en hoogglans en wordt eenmalig aangebracht.

Belangrijkste kenmerken:

  • Bescherming tegen vuil en vlekken.
  • Vermindering van vocht indringing.
  • Sterke vermindering van de doorgifte van waterdamp, wat droging van de bouwconstructie vertraagt.
  • In de regel een verdieping van de steenkleur en een extra glanseffect.
  • Onder invloed van licht en/of vocht kan coating verkleuren.
  • Hogere of juist lagere slipweerstand (vloeren), afhankelijk van product en afwerking van het oppervlak.
  • Sommige coatings verbeteren de slijtweerstand en de duurzaamheid van de glans van slijtgevoelige steensoorten (vloeren) met een gepolijst oppervlak.
  • Na verloop van tijd nemen de glans en het beschermingseffect van de coating af als gevolg van slijtage door het gebruik. Voor het aanbrengen van een nieuwe coating kan het nodig zijn de oude laag te verwijderen (strippen).
  • Onder invloed van licht en/of vocht kan coating verkleuren.
  • Hogere of juist lagere slipweerstand (vloeren), afhankelijk van product en afwerking van het oppervlak.
  • Sommige coatings verbeteren de slijtweerstand en de duurzaamheid van de glans van slijtgevoelige steensoorten (vloeren) met een gepolijst oppervlak.
  • Na verloop van tijd nemen de glans en het beschermingseffect van de coating af als gevolg van slijtage door het gebruik. Voor het aanbrengen van een nieuwe coating kan het nodig zijn de oude laag te verwijderen (strippen).

Impregneer
Impregneer dringt in de toplaag van de steen en hecht zich aan de binnenzijde van de poriën. Daardoor verandert het uiterlijk van de steen niet of nauwelijks. Het product moet worden afgestemd op de porositeit van de steen. Impregneer wordt eenmalig aangebracht. Bij een poreus oppervlak kan het nodig zijn de behandeling te herhalen. De tweede laag wordt aangebracht op de nog natte eerste laag.

Belangrijkste kenmerken:

  • Bescherming tegen vuil en vlekken.
  • Vermindering van vocht indringing.
  • Vermindering in de doorgifte van waterdamp, wat de droging van de bouwconstructie vertraagt.
  • Verdiept in de regel de steenkleur.
  • Weinig verandering in de slipweerstand (vloeren).
  • Nauwelijks slijtage, doordat impregneer niet op, maar in de toplaag van de steen zit.

Was
Wassen (op polymeer of natuurbasis) vormen een dun laagje op de steen. Er zijn uitpoetsbare-, dweil- en zelfglanswassen. Ze hebben dof, matglans of hoogglans uiterlijk. Was wordt aangebracht na een of meerdere reinigingbeurten. Ook zijn er combinatieproducten die tegelijk reinigen en beschermen.

Belangrijkste kenmerken:

  • Beperkte en tijdelijke bescherming tegen vuil en vlekken.
  • Vuilafstotend.
  • Polymeer wassen zijn beter bestand tegen slijtage dan wassen op natuurbasis.
  • Vermindering van de indringing van vocht.
  • Vermindering in de doorgifte van waterdamp, wat droging van de bouwconstructie vertraagt.
  • In de regel vermindering van de slipweerstand (vloeren).
  • De glans is door opwrijven te herstellen, wanneer er nog voldoende product aanwezig is.
  • Wanneer was veelvuldig is aangebracht kan zich een dikke laag vormen op plaatsen die weinig te verduren (het slijt daar niet). Deze dikke laag kan desgewenst worden verwijderd (gestript).

Zeep
Zepen vormen een dun laagje op de steen en hebben een matglans of hoogglans. Zeep wordt regelmatig aangebracht na een reinigingsbeurt. Ook zijn er combinatieproducten die tegelijk reinigen en beschermen.

Het type zeep moet worden aangepast aan het leidingwater:

  • Zacht leidingwater (kalkarm): gebruik een zeep op basis van natriumhydroxide (Marseille zeep). Deze zepen zijn zacht.
  • Hard leidingwater (kalkrijk): gebruik zeep op basis van kaliumhydroxide. Deze zepen zijn hard.

Belangrijkste kenmerken:

  • Beperkte en tijdelijke bescherming tegen vuil en vlekken.
  • Vuil hecht zich minder gemakkelijk.
  • Weinig slijtvast en weinig waterbestendig.
  • Vermindering van de indringing van vocht.
  • Vermindering in de doorgifte van waterdamp, wat droging van de bouwconstructie vertraagt.
  • Verlaging van de slipweerstand (vloer).
  • De glans is door opwrijven te verhogen, wanneer er nog voldoende product aanwezig is.

Wat is Natuursteen?

Natuursteen vormt de aardkorst waarop wij leven. Het bestaat uit gestold vloeibaar gesteente (magma of lava) of uit versteend sediment (zand, klei, kalk). Dit natuurproduct is miljoenen jaren oud en dat geeft natuursteen zijn bijzondere uitstraling. Het mag met recht een ‘oerproduct’ worden genoemd, dat duurzaam en functioneel is in het gebruik. Van de beschikbare steen in de aardkorst is maar een deel economisch te winnen. Desondanks zijn er duizenden soorten marmer, graniet, leisteen en kwartsiet leverbaar, elk met een uniek uiterlijk. Ze worden gewonnen in groeven verspreid over de gehele wereld.

Natuursteen soorten
Zo verschillend als mensen zijn, zo verschillend is natuursteen. Er zijn duizenden natuurstenen leverbaar en er is voor iedere smaak en ieder budget wat wils. Bekende soorten zijn marmer, kalksteen, graniet, gabbo, gneis, kleisteen en leisteen en kwartsiet.

Ontstaanswijze en winning
De vorming van natuursteen is een haast onvoorstelbaar proces, dat al zo oud is als de aarde zelf en nog steeds door gaat. Natuursteen is het belangrijkste bestanddeel van de aardkorst waarop wij leven. De aardkorst drijft op een laag vloeibaar gesteente die langzaam beweegt en daardoor rimpelingen (bergketens) en scheuren (zeetroggen) in de aardkorst veroorzaakt. Meestal gaan deze vervormingen bijzonder traag, maar het kan ook heel snel gaan. Denk aan een aardbeving of een vulkaan uitbarsting.

De werkmethoden en de afmetingen van de gewonnen natuursteen zijn imposant. Natuursteen wordt in grote blokken gewonnen, waaruit later platen of tegels worden gezaagd. Alleen gelaagde stenen als leisteen en kwartsiet worden schollen van de rots gespleten.

Afwerking oppervlak
De meeste stenen kunnen op verschillende manieren glanzend, dof of ruw worden afgewerkt. Hier enkele veel gebruikte afwerkingen:
Glanzend: gezoet, gepolijst
Dof: gezaagd, geschuurd, oud gemaakt
Ruw: gefrijnd, gestraald, gebouchardeerd, gevlamd, splijtoppervlak

Bij een toename van de glansgraad worden de kleuren in het algemeen intenser en donkerder. Ook worden tintverschillen, aderingen, fossielen, e.d. duidelijker zichtbaar; de steen gaat meer ‘leven’. Andersom geldt dat naarmate de ruwheid toeneemt, de kleuren fletser en de tintverschillen minder zichtbaar worden. Het effect van dezelfde bewerking pakt bij de verschillende steensoorten anders uit.