Stooktips

Zorg voor de juiste brandstof
Vochtig hout brandt slecht, het geeft een onvolledige verbranding en geeft veel minder warmteopbrengst dan droog hout. Bovendien veroorzaakt slechte verbranding afzet van roet in de haard en het rookkanaal. Hout is pas droog als het minimaal anderhalf jaar buiten onder een afdak opgeslagen is geweest. Gebruik geen geïmpregneerd of geverfd hout. We raden aan geen chemische stoffen (alcohol, enz) te gebruiken. Vermijd ook glans- of gekleurd papier. Dat bevat luchtvervuilende stoffen. Ook zaagsel-parrafine briketten zijn een uitstekende brandstof. Aanmaken doet u bij voorkeur met aanmaakhoutjes.

Zorg voor goede ventilatie in de ruimte waarin u stookt
Voor de verbranding van hout is zuurstof nodig, die betrokken wordt uit de ruimte waarin gestookt wordt. Een openhaard gebruikt gemiddeld 300 m3 lucht per uur. Er dient dus permanente luchttoevoer aanwezig te zijn in de ruimte waar gestookt wordt. Uitzonderingen zijn haarden/kachels die een aparte aansluiting hebben voor luchttoevoer van buitenaf.

Aanmaken van de openhaard
Open de luchtaanvoer in de haard maximaal. Als uw haard te koud is, zal de lucht naar de kamer worden gestuwd in plaats van door de schouw te worden opgezogen. Indien nodig kunt u de haard eerst voorverwarmen door er bijvoorbeeld krantenpapier in te laten opbranden.

Vervolgens zet u wat kleine aanmaakhoutjes als een piramide neer. Leg hier een aanmaakblokje onder en steek het aan. Als het aanmaakhout goed brandt kunt u er groter hout omheen zetten. Als het vuur goed op temperatuur is kunt u er grote blokken op leggen. Stook niet te zacht, maar zorg er voor dat het vuur op temperatuur kan komen. Te zacht stoken geeft veel roet aan de achterwand van de openhaard en dus ook in het rookkanaal. Roet of creosoot is brandbaar en alleen daardoor kan een schoorsteenbrand ontstaan.
Zodra het houtvuur normaal brandt, regel dan de luchtaanvoer in normale positie, maar sluit hem niet af.
Als de verbranding goed zit, is de rook licht grijs of wit van kleur. Zwarte rook wijst op uitstoot van afvalstoffen die uw leidingen en de ruiten van de haard kunnen vervuilen. Dat gebeurt wanneer u bijvoorbeeld brandhout van slechte kwaliteit gebruikt.

Indien u het vuur wilt doven, omdat u bijvoorbeeld wilt gaan slapen of de deur uit gaat, laat het vuur dan uit zichzelf uitgaan. Laat bij een open haard de schoorsteenklep helemaal open staan. Plaats eventueel een vonkenscherm of sluit de haard of kachel zodat er geen vonken kunnen wegspringen. Blijf goed ventileren.

Let op bij mist of windstil weer
Bij mist of windstil weer is het moeilijk voldoende trek in uw schoorsteen te krijgen. Dat is niet alleen slecht voor de verbranding. De rook en rooklucht blijven dan ook in en om uw huis hangen. Dat is slecht voor uw eigen gezondheid, die van uw buren en slecht voor het milieu. Doof het vuur niet maar laat het opbranden. Laat hierbij de luchttoevoer weer open staan.

Veiligheid
– Gebruik ovenhandschoenen bij het openen van de haard of als u de luchtschuiven bedient.
– Laat uw schoorsteen minimaal 1 keer per jaar vegen. Een goed geveegd schoorsteenkanaal staat garant voor een juiste werking en voorkomt schoorsteenbrand. Ook uw verzekeraar kan dit eisen.
– Laat een open vuur niet onbewaakt achter
– Houd brandbare materialen zoals kleden en meubilair op veilige afstand van het vuur.
– Houd kleine kinderen uit de buurt van open vuur en laat ze niet zonder toezicht in een ruimte waar een haard brandt.
– Bij een schoorsteenbrand de brandweer bellen, de klep van de open haard sluiten en het vuur doven met zand of keukenzout. Gebruik nooit water!